Home » Blog » Mijn eerste klap

Mijn eerste klap

Gepubliceerd op 13 juli 2017 00:00

 

De duivel slaan


Op het moment dat ik als 18 jarige stagiaire op een gesloten opname afdeling terecht kom heb ik nog weinig ervaring met de psychiatrie. De eerste week krijg ik, voor mij onverwachts, een klap in mijn gezicht van een jongen die op dat moment een psychotische beleving heeft. Hij verwart mij met de duivel.

 

Tja, dat kan blijkbaar gebeuren. Nadat de eerste schrik voorbij is, en de jongen hartverscheurend begint te huilen, heb ik met hem te doen. De klap lijkt op hem nog meer indruk te maken dan op mij. Ergens vind ik hem ook wel dapper. Je moet maar het lef hebben om de duivel te slaan!

 

"De klap lijkt op hem nog meer indruk te maken dan op mij."

 

Als ik ’s avonds, overigens met een rode wang, bij mijn ouders aanschuif voor de maaltijd en vertel geslagen te zijn, is de eerste reactie van mijn vader, politiechef: ‘Je hebt toch wel terug gemept he?’. Vanaf dit moment, na mijn eerste agressie-incident en die eerste discussie tussen mij en mijn vader, intrigeert de agressie van de patiënt en de reactie van ons als hulpverleners hierop mij. Toen, 17 jaar geleden, merkte ik dat er blijkbaar een groot verschil is tussen politie en hulpverleners in het reageren op agressie, want terugslaan kwam niet in mij op. Over dat grote verschil denk ik nu inmiddels anders.

Helaas moet ik bekennen dat ik in het verleden separaties heb meegemaakt waarbij ik, met de kennis van nu, met zekerheid durf te zeggen dat het niet nodig was geweest. Niet alleen het gedrag van de patiënt was leidend bij de keuze voor wel of niet separeren. Personeelstekort, 6de werkdag, slecht geslapen, werkdruk, onveilig gevoel, alleen fysieke training gehad, waren zomaar enkele meespelende factoren. Naast het feit dat separeren als een normale interventie werd gezien om de veiligheid te waarborgen. Separeren werd zo soms ook, onbedoeld wellicht, ingezet om te straffen.
Even terug naar die jongen van mijn eerste klap; die stop je na zo’n voorval toch niet in de separeer? Toch was één van de eerste reactie van mijn collega ‘Hij moet naar de separeer!’ vlak voor de jongen in huilen uitbrak.

 

"Mijn collega roept ‘Hij moet naar de separeer!’ vlak voor de jongen in huilen uitbreekt."

 

Trainingen die ik in die tijd ontving richtten zich voornamelijk op het fysiek ingrijpen met collega’s of technieken om je te bevrijden uit vastgrijpen door een patiënt. Inzicht in het gedrag van de patiënt beperkte zich tot ziektebeeld, aangeboren - of aangeleerd gedrag en territoriumleer. Inzicht in eigen gedrag werd enkel gevoed met communicatietechnieken en veilige positionering. Met andere woorden: vrij reactief. Hier al enige overeenkomsten met de inzet van de politie: namelijk pas als het uit de hand loopt (dreigt te lopen) en enkel om het incident zo snel mogelijk te beheersen.
Gelukkig heb ik in de jaren dat ik in de psychiatrie werk al een begin van een mooie verandering mogen meemaken in het kader van het verminderen van dwang en drang. De focus met betrekking tot agressie op de werkvloer ligt tegenwoordig meer op het voorkomen van agressie en daarbij ook het verminderen van de noodzaak tot het inzetten van dwang en drang interventies. Maar het blijft een aandachtspunt in de zorg. Vooral nu ook vanuit de overheid en samenleving een vermindering van dwang en drang verwacht wordt, terwijl de ‘verwarde mens’ binnen deze zelfde samenleving een steeds prominentere rol speelt. Voor veel mensen te pas en te onpas te lezen en horen in de media, maar voor vele hulpverleners zichtbaar en voelbaar tijdens het werk. Mensen komen verwarder (zieker), en in enkele gevallen agressiever, binnen, maar separeren of afzonderen heeft geen voorkeur. Dit vraagt dus nog al wat van de hulpverleners, want in spannende situaties is de primaire reactie toch vaak nog te willen beheersen.

Dat bij het verminderen van die dwang en drang interventies de attitude van de hulpverlener een grote rol speelt is niet onopgemerkt gebleven. Dat blijkt uit de "best practices", waarvan er inmiddels veel zijn. Het ‘politieagentje spelen’ is voorbij. We mogen weer hulpverlener zijn. Fantastisch natuurlijk. Nu alleen nog even leren hoe dat nou precies moet in spannende situaties.

 


«   »