Home » Blog » Ik doe niet meer mee

Ik doe niet meer mee

Gepubliceerd op 23 september 2020 om 10:40

Catova blog Ik doe niet meer mee

Waarom zijn wij zo verbaasd?

Wanneer een team in zwaar weer zit, of veel te verduren heeft (gehad), doet dit wat met de groepsdynamiek. Vooral als beleid individuen persoonlijk treft. 'Logisch', hoor ik je denken.

Wat maakt dan dat we zo verbaasd zijn over de beweging ikdoenietmeermee? Want als samenleving zijn we in feite ook één groot team toch? En bevinden wij ons ook nog in zwaar weer.

Regelmatig zie ik de beweging ikdoenietmeermee in teams ontstaan. Het gezamenlijke doel is helder en daar kan iedereen zich best in vinden. In mijn geval vaak het verlenen van goede zorg. Maar als het eigen gewin in gedrang komt (waar doe ík het nou eigenlijk voor; what's in it for me?), de gevraagde inzet effect heeft op bijvoorbeeld thuis (minder energie, minder invloed op rooster) en er onduidelijkheden ontstaan (weer een nieuw beleid?), haken mensen af.

De munitie is niet zo groot

Vaak is de munitie niet zo groot en komt men niet verder dan ikdoenietmeermee. Initiatieven, andere ideeën en eigen inzet blijven uit. Vaak is het vooral een schreeuw om duidelijk te maken dat ze het niet meer vatten. En dat de rek er een beetje uit is. Of alles al flabbert...

Deze beweging, die eigenlijk geen beweging is, heeft vaak veel invloed binnen een team. Mensen die gegoede trouw doen wat er van ze verwacht worden, worden meegenomen in de twijfel. 'Pietje zal wel een punt hebben toch? Anders spreek je je niet zo uit.'

Geen afvallige willen zijn speelt ook mee. Er bij willen horen. Voor de meeste mensen is het echt stelling innemen nog altijd erg spannend. Echt waar, laat je niet verblinden door de tendens op social media. Velen van ons zijn nog altijd best gematigd.

Hard tegen hard

De groep ikdoewelmee-ers die door deze stelling het gevoel heeft harder te moeten gaan werken of het idee krijgt nu meer over zich heen te krijgen omdat anderen afhaken, uitten vaak hun angst en irritatie. Daarbij zien zij vaak het gezamenlijke doel in gevaar komen. Vooral door het gebrek aan andere alternatieven en inzet van de ikdoenietmeermee-ers.

En dan gaan we hard tegen hard. Wij tegen zij en een paar er tussenin. Kom je geen stap verder mee. Voor we er erg in hebben communiceren we op betrekkingsniveau en verdwijnt de inhoud (het gezamenlijke doel) naar de achtergrond. En je niet gezien en gehoord voelen doet vaak niet veel goeds voor de communicatie op het betrekkingsniveau. 'Ja, maar jij...' en 'Ja, maar ik dan...' 

De ander weg zetten als iemand die het allemaal niet begrijpt, draagt niet bij aan het inhoudelijke gesprek. Hoewel door emotie wellicht begrijpelijk om de ander af te schilderen als dom, is het geen onderdeel van effectief communiceren. En maakt niet dat de ander ineens wel weer bij het team wil horen. 

De ikdoenietmeermee-er heeft vertrouwen in het beleid nodig, een gevoel er wel te toe doen. Perspectief en gezien worden. Het idee hebben ook iets te kunnen en mogen bijdragen. Niet alleen in de uitvoering, ook in het waarom. Zeker mag er ook aandacht zijn voor het creëren van inzicht in de gevolgen van het eigen gedrag en mogen er handvatten aangereikt worden hoe de eigen invloed positief in te zetten.

Vergeet echter niet dat door je onmachtig te voelen, het idee van impact hebben ook vaak niet meer aanwezig is. Ook al heb je duizenden volgers.

Kritisch zijn

De ikdoenietmeermee-er heeft vaak echt het gevoel te strijden voor de 'onderdrukten'. Zoals hij zichzelf ook voelt. De bedoeling is vaak niet verkeerd. En laten we wel zijn: kritisch zijn op beleid is best belangrijk. Juist als je verder wil als team. Kritisch zijn behoeft echter wel wat meer dan alleen zeggen niet meer mee te doen. Stilstaan heeft ook nog nooit een team verder gebracht.

Als ikdoewelmee-er de afvallige om de oren slaan met het gevolg van het uitstappen, is niet wat er nodig is om ze weer te laten instappen. Die onmacht voelen ze al, dat heeft ze juist doen uitstappen. De persoonlijke afweging die mensen maken (het ego) wint het nog altijd van het 'grote' belang als men zich geen onderdeel voelt. En men is vaak niet in staat zich lang weg te cijferen voor het grote geheel, vooral als je zelf het gevoel hebt er bij in te leveren en zelf niet gezien wordt.

Volgens mij, let wel: invulling, wil de ikdoenietmeermee-er niet meer meedoen met het onmachtige gevoel en wil hij gehoord worden. En de ikdoewelmee-er wil niet het idee hebben er alleen voor te staan en wil gezien worden.

Eigenlijk hetzelfde niet waar?


«   »