Home » Blog » Verpleegkundige en moeder

Verpleegkundige en moeder

Gepubliceerd op 13 februari 2020 om 09:06

Catova verpleegkundige en moeder blog

Huis(ziek)houding

Mijn moeder was (ambulance)verpleegkundige. Van een snee, kneuzing of beetje buikpijn werd thuis geen punt gemaakt. Pleister, verbandje of paracetamolletje en, hup, naar school. Nu ik zelf moeder ben hanteer ik, immers ook verpleegkundige, een beetje dezelfde huis(ziek)houding. Zolang een ledemaat nog vast zit aan het lichaam is er geen crisis. Zolang er geen 5 liter vocht uit een wondje stroomt hoeven we er ook geen pleister aan te verkwisten. Zoiets.

Elke ouder herkent dat moment wanneer je het nummer van school of de BSO op je telefoon ziet verschijnen tijdens een schooldag. Er is wat gebeurd.

Ik had die dag een drukke dag voor de boeg. De ochtend werken en de middag een werkgerelateerd afscheidsfeest. Een feest waar ik al een poosje naar uit keek. Niet omdat ik nou zo blij was dat de betreffende persoon wegging. Het was een zeer toffe inspirerende samenwerking geweest. Maar het was, heel eerlijk, ook weer een mooi moment tot netwerken. Je bent zelfstandig ondernemer of je bent het niet. Kortom, ik had er zin in.

 

In de auto, inmiddels op weg naar het feestje, verscheen bij mij dus het nummer van de BSO op mijn telefoon. Kind was gevallen en met zijn neus op de tafelrand terecht gekomen (die precisie, hoe dan?) en was nu misselijk. Of ik even met hem naar de huisarts kon gaan. Mijn eerste reactie was nogal onbeholpen: ‘Nou nee, dat komt echt heel slecht uit, ik heb een feestje.’ Het zal me niks verbazen als ik daarmee niet veel ‘de-beste-moeder-van-de-week-punten’ scoorde bij de BSO medewerkster.

Dan komen de vragen die een verpleegkundige gaat stellen Toch? Zeg me dat ik niet de enige ben. “Is hij buiten westen geweest? Heeft het gebloed? Staat zijn neus scheef? En als je in zijn neus kijkt? Heeft hij gespuugd? Heeft hij hoofdpijn? Staan zijn ogen normaal?” De BSO medewerkster weet op enkele vragen het antwoord niet “We waren er niet bij” en vindt andere vragen een beetje vreemd. Zo vermoedde ik.

Tuurlijk kom ik hem halen. Ik ben soms wat onbeholpen maar nog geen loeder.

Omdat ik in de auto zit en het nog zeker een half uur duurt voor ik er kan zijn en ik liever naar de huisarts ga i.p.v. huisartsenpost (duurt immers nog langer) bel ik alvast met de assistente van de huisarts. Ik voel me vervolgens, als verpleegkundige, best beschaamd dat ik op de meeste vragen geen antwoord kan geven (‘Is hij buiten westen geweest? Staat zijn neus scheef? Heeft hij gespuugd?’). Afijn, ik mag met hem langskomen. De huisarts zal hem tussendoor wel even zien.

Als ik bij de BSO aankom zie ik hem al zitten. En de verpleegkundige in mij weet eigenlijk al meteen dat een doktersbezoek wellicht niet nodig is. De moeder in mij ook. Je kent je kind immers door en door. Ik kijk naar en in zijn neus, onderwerp hem aan een kruisverhoor en vooral: troost hem. Kindje is gewoon heel erg geschrokken en heeft pijn, wat hem misselijk maakt. Maar afspraak staat al en ja, toch het zekere voor het onzekere. Toch weer die moeder in mij. De BSO medewerkster staat ook al met zijn jas klaar. 

Nu weggaan zonder kind is blijkbaar überhaupt geen optie.

De huisarts maakt tussen haar afspraken door tijd om even naar mijn zoon te kijken. Topservice. Kijkt naar zijn neus en in zijn neus en stelt hem een aantal vragen. Zoon: ‘Dit heeft mijn mama ook allemaal al gevraagd en gedaan.’ Ik hoor mezelf een soort van ‘Ja, sorry voor het dubbele werk’ tegen de huisarts zeggen.
De huisarts laat weten dat er waarschijnlijk niks gebroken is en we het even moeten aankijken. Dat wat ik dus al vermoedde. Maar hoor ik de huisarts een beetje zuchten? Zie ik toch een ‘ach, een overbezorgde moeder’ blik? Ja, ik snap het wel. Maar naast verpleegkundige ben ik ook gewoon moeder. En het moest van de BSO juf.

Ik ben vervolgens met een kind met rode neus naar het feestje gegaan. Ik weet niet wat de BSO juf daarvan vindt, maar ik vond het een prima oplossing.


«   »